Grondslag acupunctuur

De geschiedenis van de acupunctuur omvat meer dan twee millennia. Al die tijd hebben er voortdurend medische ontwikkelingen plaatsgevonden. Inmiddels heeft de kennis van de acupunctuur, die oorspronkelijk uit China stamt, zich wereldwijd verspreid. De meest bekende huidige stromingen zijn de Chinese, de Japanse en de Koreaanse. In Japan wordt de acupunctuur al sinds de vijfde eeuw beoefend.

ling-shu

Volgens de principes van de acupunctuur ontstaat ziekte door een disbalans tussen (of binnen) de functionele systemen van het lichaam. Het doel van de behandeling is om die disbalans op te heffen. Om dat te bereiken worden de acupunctuurpunten gemanipuleerd door middel van een naald, of door warmtestimulatie.

De theorie is gebaseerd op een aantal concepten die in het Westen minder bekend zijn, maar in Oost-Aziatische landen tot het dagelijks taalgebruik behoren. Het gaat hierbij om begrippen als qi, meridianen, yin en yang en de vijf-fasentheorie. Hieronder volgt een korte uitleg.

Het basisbegrip qi wordt veelal vertaald als ‘energie’, maar staat voor veel meer. Het is ook beweging, kracht, dat wat het leven mogelijk maakt. Emoties worden gezien als beweging van qi. Qi stroomt volgens bepaalde principes door het lichaam en kan verschillende vormen hebben, bijvoorbeeld de voedende qi of de pathologische qi. Via de twaalf meridianen en hun aftakkingen stroomt qi door het hele organisme.meridianenDe meridianen zijn banen die van de oppervlakte van het lichaam naar de organen lopen en alle fysiologische systemen met elkaar verbinden. Doordat ze in contact staan met specifieke organen hebben de meridianen hun eigen specifieke functies. De acupuncturist beïnvloedt de meridianen op bepaalde plekken op het lichaam; die plekken noemen we de acupunctuurpunten. In de twintigste eeuw is ontdekt dat de huid op een acupunctuurpunt een andere elektromagnetische lading heeft dan de huid eromheen. Inmiddels zijn er elektrische ‘acupunctuurpuntenzoekers’ in omloop.

Yin en yang staan voor een dualistische visie op de wereld. Alles is met elkaar verbonden door middel van tegenstellingen. Yin betekent donker, kou, vocht, materie; yang betekent licht, warmte, droogte, energie. Het ene bevat altijd een deel van het andere; yin groeit vanuit yang, en vice versa. Binnen de acupunctuur worden er yin-organen en yang-organen onderscheiden, en zo ook yin-processen en yang-processen. Hoge koorts kan bijvoorbeeld worden gezien als een overvloed aan yang.
Net als de tegenstelling yin-yang is de vijf-fasentheorie een elegante manier om algemene fenomenen te beschrijven. Volgens deze theorie bevindt alles in de wereld zich in een bepaald stadium van transformatie. Niets staat stil. De verschillende fasen (of elementen) zijn water, hout, vuur, aarde en metaal en corresponderen elk met een periode van het jaar, een kleur, een geur, een geluid, een karaktereigenschap enz. Zo heeft iedere fase ook haar ‘eigen’ orgaan en 5-elementsmeridiaan. Om een voorbeeld te geven: de houtfase correspondeert met het voorjaar, ontplooiing, de kleur groen, zuur, woede en de lever. Als de acupuncturist een licht groenige huidtint ziet, denkt hij al snel aan een disbalans van de houtfase, en daarmee ook van de levermeridiaan.

Net als de jaargetijden volgen de fasen elkaar in een bepaalde volgorde op
en ‘voeden’ ze elkaar. Dit fenomeen wordt ‘moeder-kindrelatie’ genoemd, oftewel een ‘voedende cyclus’. Water voedt bijvoorbeeld hout. In de praktijk worden de waterpunten op het lichaam gestimuleerd om de houtmeridiaan te versterken.

Naast de voedende is er ook een controlerende cyclus. Metaal controleert bijvoorbeeld hout. Dat betekent dat de metaalpunten versterkt kunnen worden om de houtmeridiaan af te zwakken (te sederen). Wanneer de voedende en de controlerende cycli tegelijk actief zijn, is een gezond organisme in staat om een juiste balans te handhaven. Bij ziekte wordt dit mechanisme echter zodanig ontregeld dat het niet (snel) uit zichzelf kan herstellen.